40 dagen om te aarden

Aarden in geloof

De periode van de 40-dagentijd, van Aswoensdag tot Pasen, markeert de weg die Jezus aflegt van Galilea, waar hij vandaan kwam, naar Jeruzalem. Het is op een bepaalde manier een lijdensweg. We gaan die weg elk jaar opnieuw en proberen het ook onze eigen weg te laten worden. Een weg die gekenmerkt wordt door inkeer en soberheid.

De klassieke bijbelverhalen (volgens het oecumenisch leesrooster) die in deze tijd aandacht krijgen, herinneren aan het geheim van dood en leven. Beelden uit de natuur helpen ons daarbij op weg. Het gaat om een tocht vanuit onherbergzaam gebied, door de droge dorheid van een woestijn, naar een paastuin, een frisse lentetuin vol nieuw leven. Want daar ontmoeten zijn leerlingen Jezus op paasmorgen.

Zoals ook Israël weggetrokken werd door Mozes uit de gevangenschap van Egypte, door het water heen (de Rietzee) en de woestijn en opnieuw door het water heen (de Jordaan). Het weerspannige volk werd bevrijd van de “vleespotten in Egypte” en zag uit naar het land van “melk en honing”. (Exodus 16; Numeri 13) De 40 jaar die ze ervoor nodig hadden, is vol symboliek.

Elk mens gaat op zijn of haar eigen manier die weg: bekeerlingen, pelgrims, vluchtelingen, wij allen aardbewoners. Ze weten: het zal gaan met vallen en opstaan. Genoeg reden voor inkeer en zelfbeperking.

Een leerweg en oefenplaats

Vanouds bereidden volwassen mensen, die zich willen aansluiten bij ‘de mensen van de weg’, zoals de eerste christenen genoemd werden, zich voor op hun doop met Pasen, in de Paasnacht. In deze periode van zes weken daaraan voorafgaand staan zij stil bij de belangrijke geloofsthema’s. Het is een geestelijke en materiële leerweg. In de Lijdenstijd of Vastentijd staan zij stil bij alle lijden dat er is: van mens en dier en heel de schepping in barensnood (Romeinen 8). Het maakt gevoelig voor onrecht en voor elke aantasting van Gods goede schepping. Wie al gedoopt is, gaat ook deze weg, opnieuw, om zich zijn/haar doop(gelofte) te herinneren en deze te vernieuwen.

Het is een tijd om stil te staan bij eigen keuzes, eigen gewoonten, eigen gedrag. En om samen nieuwe mogelijkheden uit te proberen: de leerweg wordt zo een oefenweg, om alternatieven ‘in te oefenen’. Zou de kerkgemeenschap zo’n oefenplaats kunnen zijn? Lukt het ons om af te zien en aan zelfbeperking te doen? Noch vlees noch vis, of melkproducten, en te minderen door minder te verbruiken, een eenvoudiger maaltijd bij wijze van ‘leven op water en brood’? Zoals we kennelijk ook verwachten van nieuwkomers in de alsmaar versoberde bed-bad-en-brood regelingen? Genoeg is genoeg.

Op Aswoensdag begint de periode van 40 dagen naar Pasen, de zondagen niet meegeteld.

‘Stof ben je …’ (Genesis 3, Prediker 17, Psalm 103)

Aswoensdag is de dag na Carnaval. De naam Aswoensdag is ontleend aan de traditie om de kerkbezoekers op deze dag een kruisje van as op het voorhoofd mee te geven. Het is een herinnering aan het woord ‘Bedenk wel: je bent stof en tot stof keer je terug’ (naar Genesis 3,19). Hoeveel aardser kan de weg zijn? De buxustakjes die het jaar ervoor op Palmzondag werden gewijd om mee te nemen naar huis zijn ingezameld en verbrand. Die as kan nu worden gebruikt.

Vasten: noch vlees …

brood

In de tijd vóór Pasen wordt er in de Orthodoxe Kerken van het Oosten geen vlees en vis gegeten. Ook in de Rooms-Katholieke kerken was geen vleeseten gebruikelijk als wijze van vasten. Waar vroeger geen vlees eten op vrijdag een verplichting was, is dat sinds de jaren zestig van de vorige eeuw een individuele keuze, ook op Aswoensdag en Goede Vrijdag. De bisschoppen van Engeland en Wales herstelden in 2012 de oude praktijk in ere dat rooms-katholieken op vrijdag vasten en geen vlees eten, zij het nog steeds als aanbeveling van een individuele keuze. Tegenwoordig vormt de belasting van het milieu dikwijls een belangrijke reden. Zie bijvoorbeeld www.weekzondervlees.nl

Aanvankelijk dacht men, vanuit ervaring en beleving, dat met het eten van vlees er ook demonische krachten danwel ziekten in je lijf konden komen. Men maakte een onderscheid tussen reine en onreine dieren. Varkens die afval eten, en menselijk voedsel en modderbaden heerlijk vinden, werden beschouwd als onrein. Varkens passen eerder bij een cultuur van landbouwers dan van rondtrekkende schaapherders en nomaden. In joodse en moslimtradities is dit eten ook om religieuze redenen taboe, maar de cultuurhistorische achtergrond hiervan is onmiskenbaar.

… noch vis

vis

In de christelijke traditie wordt vis vaak gegeten op vrijdag, ook op Goede Vrijdag. Dat heeft alles te maken met symboliek. De letters van het Griekse woord voor vis ‘ichtus’, zijn de beginletters van een korte Griekse geloofsbelijdenis: ‘Jesous Christos Theou Uios Soter’ ofwel: Jezus Christus, Gods Zoon, Redder. De vis herinnert dus ook aan Jezus. Dat de vis in het bedreigende zeewater kan leven, het water van dood en leven, geeft een extra dimensie aan de betekenis van ‘ichthus’.

Het eten van zoute vis op Goede Vrijdag (zoals stokvis – gezouten kabeljauw) krijgt ook betekenis. Zout verwijst naar het zogenaamde verbond met zout (Numeri 18,19). Zout herinnert daarmee aan de houdbaarheid van een eeuwigdurende verbond tussen God en mensen. Samen brood en vis delen wordt teken van wederkerige vriendschap. Overigens is goede vis eten tegenwoordig niet zo eenvoudig: steeds meer vis wordt bedreigd door overbevissing en vervuiling en behoeft een keurmerk voor duurzaamheid.

Wie tegenwoordig vast, heeft hiervoor goede redenen: gezondheid, natuur en milieu, dierenwelzijn, maar ook van persoonlijke aard: leren afzien, jezelf beperken, oog voor innerlijke zuivering of de oefening van een leefstijl. De productie van vlees legt een groot beslag op voedselbronnen en milieu. Daarom is afzien van vlees een goede manier van vasten. Monniken behorend tot de orde van de Trappisten eten Trappistenvlees, het is de naam die zij aan bonen geven. Trappisten zijn in beginsel, maar niet altijd, vegetariërs uit respect voor Gods schepping en in solidariteit met de armen. Bonen en andere peulvruchten zoals kapucijners vervangen de eiwitten die in vlees zitten.

Jesaja: het échte vasten

Misschien is het woord uit Jesaja een goede waarschuwing, wanneer vasten gemakzuchtig dreigt te worden en vol uiterlijk vertoon en alleen om te behagen. Dan is het zogenaamde ‘afzien’ niet meer oprecht:

Zou dat het vasten zijn dat Ik verkies?

Is dat een dag van onthouding:

dat iemand het hoofd buigt als een riet

en zich met een rouwkleed neerlegt in het stof?

Noemen jullie dat soms vasten,

is dat een dag die de HEER behaagt?

Is dit niet het vasten dat Ik verkies:

misdadige ketenen losmaken,

de banden van het juk ontbinden,

de verdrukten bevrijden,

en ieder juk breken?

Is het niet: je brood delen met de hongerige,

onderdak bieden aan armen zonder huis,

iemand kleden die naakt is,

je bekommeren om je medemensen? (Jesaja 58)

Stapsgewijs op weg

Het oecumenisch leesrooster met lezingen voor iedere week is onder andere te vinden via De Eerste Dag en de Raad van Kerken. Het gaat om een rooster met een cyclus van drie jaar, waarbij beurtelings Matteüs, Marcus en Lucas aandacht krijgen. ln de 40-dagentijd komen grote thema’s aan de orde, waarbij natuurbeelden steeds opvallend aanwezig zijn. Bijvoorbeeld in het Matteüsjaar (het zogenaamde A-jaar) is er ruimte voor lezingen uit Johannes, het vierde evangelie.

1e week: Brood in de Woestijn

De mens leeft niet van brood alleen’ (Matteüs 4, 1-11)

Jezus verbleef veertig dagen en nachten in de woestijn, een weg van voorbereiding en gebed om zijn roeping te vinden.

2e week: Licht op de Berg

In het verhaal van de Verheerlijking op de berg wordt verteld hoe Jezus ‘verlicht’ wordt en wat het betekent te gaan in het voetspoor van ‘wet en profeten’ (Matteüs 17, 1-9).

3e week: Water putten bij de Bron

In de vier weken die volgen wordt aan beelden uit het leven van alledag betekenis gegeven. Water, licht, dood en leven verwijzen naar diepere lagen van gelovige overgave en vertrouwen. Een Samaritaanse vrouw treft Jezus bij een waterbron en krijgt te horen:

‘Wie het water drinkt dat ik hem geef, zal nooit meer dorst krijgen.‘ (Johannes 4, 5-42)

Achthoekig doopvont:
herinnering aan de doopgelofte én de achtste dag, dag van verrijzenis

4e week: Licht

Een verhaal over iemand die blindgeboren is: ‘Ik was blind en nu kan ik zien’ en ‘Zij die niet zien zullen zien, en zij die zien, zullen blind worden’ (Johannes 9, 25 en 39). Het gaat over licht in de betekenis van leren inzien. Jezus, ‘licht van de wereld’, keert het gangbare denken om. Men spreekt hier wel van klein Pasen of half vasten.

5e week: Dood en leven

Het verhaal over de dood van Lazarus – zijn lichaam gevangen, een steen voor zijn graf – verwijst naar nieuw leven, van beknellende doeken bevrijd. Het wijst vooruit naar Pasen, de belofte van leven in herstelde relaties (Johannes 11, 1-45).

6e week: Leven in het groen van de hoop

Op de laatste zondag, Palmzondag, verhaalt van de komst in Jeruzalem. (Matteüs 21, 1-11) Juichende mensen onthalen hem met groene (palm)takken. Groen verwijst naar nieuw leven, losgemaakt uit de banden van de dood, zoals bladeren uit de vliezen van winterknoppen breken. Palm staat voor overwinning die past bij de koning die men in hem ziet. Ook hier wacht een waarschuwing die aanleiding moet zijn voor een zelfkritische blik: ‘Heden hosanna, morgen kruisig hem’.

palmtakje buxus: om thuis bij je te steken

De opgave die ons te wachten staat is niet ver weg.

Handige bron: zie voor alle zondagen en lezingen, met toelichtingen en suggesties de Belgische website de Bijbel in 1000 seconden

Tekst en foto’s Tini Brugge en Medard Hilhorst