‘Terwijl Hij hen zegende..’

Algemene symboliek in de Paastijd

Vanaf Pasen tot Pinksteren

Zeven weken, vijftig dagen, wordt het geheim van Pasen gevierd; vijftig dagen zijn we verbaasd over het nieuwe leven en heel de natuur viert mee. Vervolgens wordt Pasen afgesloten met de zondag die Beloken Pasen heet. En dit geheel beslaat 8 dagen. Die achtste dag is de zondag waarop de dopelingen hun witte klederen afleggen ten teken dat het Paasfeest voorbij is. Het oud Nederlandse woord ‘beloken’ komt van het woord ‘beluiken’ . Dat komt weer van ‘luiken sluiten’ oftewel ‘afsluiten’. Beloken Pasen is dus dezelfde zondag als de 2e zondag van Pasen. In het Latijn de ‘Dominica in albis’, vertaald de ‘witte kleding zondag’.

In de lezingen rond en na Hemelvaart wordt gezinspeeld op de Heilige Geest die uitgestort zal worden.

De paastijd wordt afgesloten met Pinksteren.


Symboliek

  • paastuin – leven
  • getallen – twaalf leerlingen werden twee aan twee uitgezonden
  • aardbol – de aarde komt opnieuw tot leven
  • kruis met bijv. bloemenkrans of bloeiende compositie – opstaan uit de dood
  • paaskaars – het licht van Pasen
  • steen – als verwijzing naar het geopende graf
  • boog – als verwijzing naar leven in het nieuwe verbond
  • doopvont – als verwijzing naar de vernieuwing van de doopbelofte, achthoekig verwijzing naar de ‘achtste dag’
  • een staf en / of een grazige weide – de goede Herder
  • wijnstok, knoest van een druif – als verwijzing naar verbondenheid met de Levende
  • Wit is tot Pinksteren de liturgische kleur.

Tuinmaterialen

Met het gebruik van voorjaarsbloemen, met name witte, rode en gele bloemen of natuurlijke materialen,  sluit u goed aan bij de thematiek van het nieuwe leven waarin Jezus voorgaat.

Uit tuinen zijn voor het bloemschikken onder meer bruikbaar:

  • allerlei witte bloesemtakken zoals van sneeuwbal, sering, meidoorn, sierkers, Chaenomeles, rododendron, lijsterbes, sering
  • de eerste rozen, tulpen, narcissen, iris, (pollen) viooltjes, gebroken hartjes, damastbloem, witte judaspenning, lelietjes van dalen, akelei, jacobsladder, engelwortel, vergeet-mij-niet, voorjaarsmargriet (Doronicum), brem, salomonszegel, boshyacint.
  • Rode bloemen uit tuin en bermen zijn in deze periode niet altijd ruim voorhanden, denk als alternatief aan rood blad of takken van de rode kornoelje.

Symboliek in deze schikking

Lucas 24: 51
‘Terwijl Hij hen zegende, ging hij van hen heen en werd opgenomen in de hemel’

  • De twaalf stokken – twaalf leerlingen.
  • Verbondenheid – de twaalf staan bij elkaar als broers, ze zijn met elkaar verbonden door de belofte dat Jezus hen de Heilige Geest zal zenden
  • Rode bloemen- liefde die de leerlingen voelen voor hun Meester.
  • De stand van de bloemen ondersteunt de omhooggaande beweging. Want terwijl Jezus wordt opgenomen in de hemel kijken de leerlingen a.h.w. reikhalzend omhoog.
  • De wolk – grote bos fluitenkruid die volop in de bermen te vinden is rond Hemelvaart.

Werkwijze

  • Plaats rechte vazen op elkaar om het fluitenkruid op hoogte te brengen of werk met steekbuisjes.
  • Vorm van 12 stokken of takken een korenschoof
  • Bevestig aan elke tak een steekbuisje met 1 rode bloem

Idee: Tini Brugge en Hanneke Maassen
Uitvoering en tekst: Charlotte Kwak
Foto: Charlotte Kwak