Pinksteren

In dit arrangement van veertien parallelgebonden staafboeketten komen de Geest, kleur en bloem samen.

De gele koolzaadbloemen staan als een zee van licht en belofte aan de basis. Ze herinneren aan het open veld, de wind die waait waarheen hij wil en daarmee aan de vrije, ongrijpbare werking van de Heilige Geest. Koolzaad bloeit uitbundig en overvloedig, net zoals de Geest zich uitstort.

Zonnebloemen en distels in warm geel en vurend rood, rijzen op als vurige tongen, een verwijzing naar het Pinkstervuur dat zich verdeelde boven de hoofden van de leerlingen. Het vuur van het hart, de vurige taal van de Geest die mensen verstaanbaar maakt over grenzen heen.

Veertien vazen, als een pelgrimage van vormen, verwijzen naar de veertien staties van een levensweg, niet van lijden ditmaal, maar van de Geest die bevrijd. Ze vormen een rij, een processie van kleur, vuur en kracht. Elk boeket is uniek, maar samen spreken ze één taal, zoals mensen op de eerste Pinksterdag, ieder in zijn eigen taal, de ene Geest hoorden spreken.

De Geest waait door het koolzaad, gloeit in de zonnebloem, prikkelt in de distel.

En tussen al dat leven klinkt zacht een hemels fluisteren: ‘Zie, Ik maak alle dingen nieuw’.

Werkwijze: Maak staafboeketten door bloemen parallel te binden en op twee of drie punten vast te zetten met touw. Vul vazen met water en maak een schilderij van vazen en bloemen.

Arrangement: Peter van Asselt

Locatie: Abdij van Egmond